Oog voor... het ongeduld
Tijdens een teamsessie bij een onderwijsinstelling sprak iemand uit: “We zijn hier nu toch al een tijdje mee bezig, hoezo lukt het ons dan nog steeds niet?!”
Ze waren goed op weg. In een aantal sessies hadden ze elkaar en zichzelf beter leren kennen en scherp welke patronen in de organisatie- en teamdynamiek ze wilden doorbreken. Het was helder wat dit van ieder van hen vroeg in concreet ander gedrag en ze waren daar in de praktijk mee aan het experimenteren.
Er kwam ook echt iets in beweging. Tot een aantal mensen het gevoel kreeg dat het stokte.
Het ongeduld sloeg om in irritatie. Waarom lukt dit nou nog steeds niet? We hadden hier toch afspraken over gemaakt? De blik ging daarbij steeds wat meer naar elkaar. Wie deed wat nog niet? Waarom pakte de ander zijn rol niet?
Ondertussen merkte ik onrust in mijn lijf. Een signaal dat ik inmiddels serieus neem. Er lag een programma voor die dag, maar dit was overduidelijk waar het over moest gaan. Dus liet ik het programma varen.
Het team kwam in gesprek over het ongeduld. Over één stap vooruit en soms weer een stap terug. Over hoe lastig het is als je zelf het gevoel hebt dat je stappen zet en een ander minder snel lijkt te gaan. Over terugvallen in gedrag waarvan je dacht dat je het inmiddels wel echt anders deed. En ook over het geduld dat je daarin met jezelf en anderen mag hebben.
Dat gesprek gaf lucht.
Niet omdat geduld een excuus werd om dan maar niets te doen. Ze wilden nog steeds vooruit. Maar er kwam weer ruimte voor het besef dat ze met elkaar iets aan het leren waren. Dat niet iedereen dat in hetzelfde tempo doet en dat het soms gewoon niet lukt.
Daarna konden ze stap voor stap verder. Want soms is juist het ongeduld wat aandacht nodig heeft.
Simone Olthof
